NIEUWS

Strijd in de geschiedenis om kind en vrouw

Strijd in de geschiedenis om kind en vrouw

Strijd in de geschiedenis om kind en vrouw (Op.12)

Drs. Gijs van den Brink, 2019
Gepubliceerd in StudieBijbel magazine 13.1

De situatie van de christenen in het Romeinse rijk is in de jaren 60 van de eerste eeuw heel moeilijk.[1] Johannes is om zijn geloof opgepakt en verbannen naar het gevangenis-eiland Patmos. De christenen in Rome hebben van keizer Nero de schuld gekregen van de enorme brand die in het jaar 65 een vierde deel van de stad verbrandde. Nero liet hen in het stadion voor de wilde dieren gooien, hij liet hen kruisigen, op palen spietsen en in brand steken om de donkere stad te verlichten. Maar deze moeilijke situatie van de gemeente is onderdeel van een veel groter, alles omvattend conflict tussen God en de satan. Daarover krijgt Johannes een openbaring die we in hoofdstuk 12 lezen.
De hoofdstukken 12-14 in het boek Openbaring staan in het midden van het boek en geven de lijdende en vervolgde kerk een inkijkje ‘achter de schermen’.

Wie is de vrouw?

Johannes ziet een groot teken in de hemel: een vrouw (vs.1). De vrouw is in de hemel (vs.1) maar in vers 6 is de vrouw ook op de aarde. En om het nog lastiger te maken, de vrouw was er al vóór het ‘kind’ Jezus Christus geboren werd (vs.4-5), maar zal er ook zijn in de eindtijd, tijdens de grote verdrukking (vs.13vv). De vraag die dus meteen in het eerste vers op ons afkomt is: Wie is deze vrouw?
Johannes ziet de vrouw in de hemel. Op.21:2 helpt ons verder, waar we lezen ‘En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.’ Een deel van het volk van God is al in de hemel, de hemelse gemeente. Paulus zegt in Gal. 4:26 ‘Maar het hemelse Jeruzalem is vrij; en dat is onze moeder’.[2]
De vrouw is er al voordat Jezus werd geboren. Dus de vrouw is ook Israël, het oude verbondsvolk. De kroon van 12 sterren (vs.1) wijst op de 12 aartsvaders, de 12 zonen van Jakob en de 12 stammen van het volk Israël. Uit de vrouw wordt de Messias geboren. En nadat het kind is geboren is de vrouw ook op aarde (vs.6, 14, 17). Verder is deze vrouw ‘bekleed met de zon en heeft de maan als voetbank’ (vs.1): het is iemand met een bijzonder hoge positie in de hele kosmos. Zij is er al vanaf het begin van de geschiedenis, zal er zijn tot op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, en zij is zowel in de hemel als op de aarde. De vrouw is het volk van God be­staande uit joden en christenen, voor een deel al in de hemel, voor een deel nog op aarde.
En het visioen geeft ook aan dat de vrouw, het volk van God, centraal staat in Gods schepping.

Eerste opstand en val van satan

Dan ziet Johannes een ander teken, een grote rode draak (vs.3-4a). Het is de duivel, de oude slang (vs.9, vgl. ook 20:2). Hij heeft 7 koppen, wat wijst op een enorme vitaliteit en levenskracht. Ook de hoorn is symbool van kracht. Dat hij er wel tien heeft, typeert hem als een buitengewoon sterk en agressief wezen, dat niets en niemand ontziet. En de kroon tekent hem als een machthebber met groot gezag. Hij sleept in zijn val een derde van de sterren mee. Het gaat hier niet alleen om sterren, maar ook om de engelen, die met deze sterren verbonden zijn (vgl. Op.8:10-11; 9:1).
De verzen 3-4a beschrijven waarschijnlijk de opstand en oerval van satan met zijn engelen (in tegenstelling tot die in vs.7). Een derde van de engelen is bij deze opstand betrokken ge­weest! Satan is uit zijn verheven positie gestoten, maar had daarna nog wel toegang tot de troon van God om de gelovigen aan te klagen en slecht te maken (vgl. vs.10). Dit lezen we bijvoorbeeld in Job 1:6 ‘Op zekere dag nu kwamen de zonen Gods (engelen) om zich voor de Here te stellen, en onder hen kwam ook de satan. En ook in Zach 3:1 ‘Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande voor de Engel des Heren, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen.’
In verband met enige parallellie tussen de verzen 1-6 en 7-12 is het ook mogelijk, maar m.i. minder waarschijnlijk, dat hier verwezen wordt naar de val van satan die in vs.7-12 beschreven wordt.

Tweede grote aanval van satan

Daarna lezen we over de tweede grote aanval van de satan (vs.4b-12). Dat gebeurt ten tijde van de eerste komst van Jezus Christus. Er is een strijd op twee tonelen, op aarde en in de hemel. Eerst lezen we over de strijd op de aarde in de verzen 4b-6. De draak staat vóór de vrouw die moet baren, om haar kind te verslinden. De satan heeft alles in het werk gesteld om te voorkomen dat de Messias geboren zou worden. Hij wil Gods verlossingsplan tegenhouden. Wij kennen de concrete pogingen die koning Herodes deed om het kind Jezus te doden. Maar God heeft Zijn plan uitgevoerd en alle aanslagen van de satan zijn mislukt. Van de Messias worden drie kenmerken genoemd:
* Hij wordt als een kind op aarde geboren, een zoon.
* Hij zal over alle volkeren op aarde regeren, dus Koning zijn over alle volkeren en landen. (belofte uit Ps.2:9)
* Hij wordt door God beschermd en weer opgenomen in de hemel.
Dus alleen zijn geboorte en zijn hemelvaart worden genoemd, alleen zijn eerste en zijn laatste dag op aarde.
De aanslag van de satan op de Messias mislukt. Nu de draak er niet in is geslaagd het kind te doden (vs.4-5), probeert hij de vrouw, de moeder van het kind te doden. De vrouw, het volk van God, moet vluchten naar de woestijn. Deze vlucht wordt uitvoeriger beschreven in de verzen 13-16. Vers 6 benadrukt de bescherming van de vrouw door God, de verzen 13-16 de vervolging en verdrukking door satan. Bovendien verspringt in vers 6 het perspectief van het verleden, van de tijd van de geboorte van het kind, naar de toekomst. Want de 1260 dagen gaan over de verdrukking in de tijd van de antichrist. Het betreft een korte, beperkte periode van grote verdrukking tijdens de regering van het ‘beest’ (de antichrist – Op.13:5) in de eindtijd, in de laatste jaren voor de wederkomst, een tijd die voor Johannes, maar ook voor ons, nog toekomst is.[3]

Wat er in de hemel gebeurde bij Jezus eerste komst

De verzen 7-12 volgen niet chronologisch op vers 6, maar zijn het beste op te vatten als een beschrijving van gebeurtenissen die min of meer parallel lopen aan die van de verzen 1-6.

Het gaat in de verzen 7-12 nog niet om de definitieve nederlaag van de satan. Die wordt pas beschreven in Op.20. Het gaat hier om de uitzetting van satan uit de hemelse rechtszaal, waar hij mensen voortdurend voor God aanklaagde (Job 1:6-12; 2:1; Zach.3:1). Michael is een hoofdengel en is de beschermengel van het volk Israël (Dan.10:13,21; 12:1). Hij voert de strijd tegen satan, maar de Messias Jezus behaalt de overwinning (vs.10). De beschermengel van Israël, Michael, staat dus in dienst van Jezus Christus. De verzen 8 en 9 spreken over dezelfde gebeurtenis als Joh.12:31, waar Jezus zegt: ‘Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste van deze wereld buitengeworpen worden.’ En als de zeventig discipelen terugkeren van hun evangelisatiereis in Israël zijn ze onder de indruk dat zelfs de boze geesten zich aan hen onderwerpen. En  dan zegt Jezus in Luc.10:18 ‘Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.’ Dit is de tweede fase in de val of beter de afzetting van de duivel.
De macht van satan is sinds de eerste komst van Jezus weer kleiner geworden. Hij kan vanaf nu niet meer in de hemel komen om de gelovigen daar voor de troon van God aan te klagen. Michaël, de beschermengel van Israël, heeft in deze strijd de overwinning behaald. Waarom toen pas en niet eerder, kan men zich afvragen. Het antwoord hierop geeft Johannes in vers 10vv.: Vanwege de enorme kracht van Jezus’ kruis en opstanding! Dan wordt er in de hemel een schitterend loflied gezongen op het koningschap van God en Zijn Messias (vs.10-12). Het koningschap van God manifesteert zich in de volmacht van Jezus, zoals Hij zegt in Mat.12:28 ‘Maar indien Ik door de Geest Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen.’ En ook in Mat.28:18 ‘En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.’

Voor de hemelbewoners is de uitzetting van satan uit de hemel reden tot lofprijzing en grote vreugde (vs.12). Maar voor de bewoners op aarde is het een ramp, een reden tot groot weeklagen. Want de duivel die nu nog alleen op aarde mag werken, is ongelooflijk kwaad en weet dat hij nog maar weinig tijd heeft voordat hij definitief wordt uitgeschakeld (vs.12).
Het is interessant en ook belangrijk voor ons om te zien welke methoden hij gebruikt. Hoe werkt satan?

Hoe werkt satan onder de mensen?

Ten eerste is het satan die ‘die de hele wereld misleidt’ (vs.9). En dit doen ook zijn handlangers, namelijk het ‘beest uit de aarde’ (13:14), de valse profeet en het grote Babylon ofwel de stad Rome (18:23). Waar moeten we dan aan denken? De duivel verleidt de hele wereld, met allerlei godsdiensten en ideologieën. Islam, boeddhisme, kapitalisme etc. De afgod die de westerse wereld in zijn ban houdt heet Mammon, de geld-duivel. Jezus heeft deze afgod ook met name genoemd (Luk.16:13). Mammon belooft je financieel geluk en materiële welvaart. Deze afgod verslaat zijn honderdduizenden onder ons.

Ten tweede noemt Johannes de satan ‘de aanklager van onze broeders’ (vs.10). Hij kan de gelovigen niet meer bij God in de hemel aanklagen, maar nog wel op aarde in hun geest en hun hart! Hij fluistert in hun oor ‘Jij, jij bent helemaal niet veranderd!’ Hij herinnert de gelovigen aan hun zonden en zaait twijfel in hun hart, maar hij spreekt nooit over vergeving!

Geloofsvervolging

Ten derde spreekt Johannes uitvoerig over satans activiteit van het vervolgen van christenen. We lezen dit in de verzen 13-16. Vers 13 sluit inhoudelijk aan bij vers 9. Het eerste waarmee satan begint als hij op aarde is geworpen, is oorlog voeren tegen de vrouw die het kind gebaard heeft. We hebben eerder al gezegd, dat deze vrouw het volk van God is. Maar het volk van God bestaat in verschillende tijden en plaatsen uit verschillende mensen. Het zijn hier niet de hemelse gelovigen, maar gelovigen op aarde. Het betreft hier ook niet het oude verbondsvolk Israël, maar in vers 13 is de vrouw de joodschristelijke gemeente in Judea te tijde van Johannes. Deze joodse christenen worden vervolgd door satan. Maar God zorgt ervoor dat zij naar een veilige plaats kunnen vluchten, waar Hij hen beschermt en voor hen zorgt. Gedragen op arendsvleugels is een bekend beeld uit het OT voor de zorg van God.

We kunnen hier denken aan de vlucht van de christelijke gemeente naar Pella (in het Overjordaanse), aan de vooravond van de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 na Christus.[4]
Aan het einde van vs.14 verspringt het tijdsperspectief weer naar de toekomst. ‘Een tijd, tijden en een halve tijd’ (zie Dan.7:25; 12:7) is de periode van grote verdrukking ten tijde van de regering van het beest, van de antichrist (Op.13:5). De satan probeert de vrouw te doen verdrinken door een enorme watervloed te sturen. Maar de aarde komt de vrouw te hulp. De aarde gaat open en de watervloed verdwijnt in de aarde en de joodse christenen in Judea zijn veilig.
Vervolgens meldt Johannes dat de draak (satan) woedend is (vs.17) en hij verlegt opnieuw zijn werkterrein. Hij zoekt nu zijn slachtoffers onder ‘de overigen van haar nageslacht’. Dat zijn de gelovigen uit de volkeren in de andere landen in de wereld buiten Israël.[5] Over hen gaat het ook in het volgende hoofdstuk 13. Johannes gebruikt hiervoor heftige woorden als ‘oorlog voeren tegen’. Het gaat om een zware vervolging van gelovigen. En dat zal niet mettertijd minder worden, maar juist tot een climax komen in de laatste jaren voor de wederkomst van Christus tijdens de regering van de antichrist (Op.13).

Tot slot wil ik nog aandacht vragen voor hen die hen van wie in vers 11 gezegd wordt dat zij de draak, de satan overwonnen hebben. Hoe konden zij dat doen?

Hoe kun je overwinnaar worden?

De strijd met satan en zijn machten wordt momenteel gestreden in de hemelse gewesten (Efe.6:12). Wij zijn als gelovigen direct betrokken in de strijd tussen God en satan. De duivel probeert nog steeds de gelovigen aan te klagen en aan te vallen. Hoe kunnen wij in deze strijd staande blijven en zelfs overwinnen? We lezen het in vers 11 ‘Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, want zij waren niet gehecht aan het leven, zelfs niet met de dood voor ogen.’
Voor deze overwinning zijn blijkens dit vers drie zaken van belang. Ten eerste wordt genoemd ‘het bloed van het Lam’. Door zijn dood aan het kruis op Golgota en zijn opstanding uit de dood heeft Jezus de strijd tegen satan beslecht. Hij heeft alle doodsmachten hun kracht ontnomen, zoals we lezen in Heb.2:14-15 ‘… Hij heeft ons bestaan willen delen, om door zijn dood de vorst van de dood, de duivel, te onttronen, ….  (vgl. ook Kol.2:14-15). Dit is het hart van het Nieuwe Verbond. Hij stierf in mijn plaats! Door Hem zijn wij nu vrij van de macht van satan en zonde!
Ten tweede noemt Johannes het ‘woord van hun getuigenis’. Niet alleen geloven dat Jezus voor ons gestorven is, maar dit ook proclameren, hiervan getuigen. Door deze proclamatie krijgen wij deel aan de strijd, maar ook aan de overwinning van Christus. Voor sommigen betekent het dat zij sterven om hun geloof, maar ook zij zijn overwinnaars, door de dood heen.
Het derde dat Johannes noemt: ‘zij hebben hun eigen leven niet liefgehad’. Leven uit geloof. Niet eigenliefde brengt vrede en rust, maar liefde voor Jezus Christus. Alleen Hij kan ons echt gelukkig maken en dat is een geluk dat voor eeuwig blijft, ook na de dood.

Tot aan de wederkomst van Jezus is de satan actief. Bij de wederkomst zal hij verslagen worden. Dan zal er definitief een einde komen aan de macht van satan.

Noten

[1] Ik ga ervan uit dat een deel van de visioenen ontvangen en opgeschreven werd in de tijd van Nero, maar de eindredactie kan later geschreven zijn. Voor details en onderbouwing, zie M. Rotman, ‘Auteurschap en datering van Openbaring’ in G. van den Brink e.a., Bijbelcommentaar Openbaring (SBNT 10), Centrum voor Bijbelonderzoek: Veenendaal, 2000/2014 [2 = tweede druk?], 501-510.

[2] En ook in Hebr.12:22-23 lezen we: ‘Maar u bent genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, … tot de vergadering van de eerstgeborenen die in de hemel zijn ingeschreven …

[3] In Op.13:5 gaat het over de tijd van het herstel van het beest, de tijd dat het beest ‘zal zijn’. Het betreft de tijd van het herstelde beest (vgl. Op.17:11), een tijd die voor Johannes nog toekomst is. Dit wordt ook bevestigd door Op.3:10, waar gesproken wordt over ‘het uur van de verzoeking dat over de wereld zal komen’. Ook hier is duidelijk dat deze tijd voor Johannes nog toekomst is.

[4] Eusebius maakt melding van deze vlucht naar Pella in zijn Historia Ecclesiastica III, v,3.

[5] Onderscheiden van de joods-christelijke gemeente in Judea, vs.13-16. De gelovigen uit de volkeren worden omschreven als ‘zij die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben’ (vgl. Op.6:9; 14:12). Het ‘bewaren van de geboden van God of van Jezus’ (een sleutelbegrip in de geschriften van Johannes) is kenmerkend voor een volgeling van Christus (Op.14:12; Joh.14:15,21; 15:10 (2x); 1Joh.2:3,4; 3:22,24; 5:3).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *