NIEUWS

De actuele boodschap van het boek Job

De actuele boodschap van het boek Job

De actuele boodschap van het boek Job

Drs. Gijs van den Brink, 2019
Gepubliceerd in StudieBijbel magazine 12.4

Het boek Job is mogelijk het oudste boek in de Bijbel. Het speelt in de tijd van de aartsvaders en het gaat over een man met de naam Job uit het land Uz in het gebied van Edom, die alles verliest. Hij verliest zijn rijkdom, zijn familie en zijn gezondheid. En hij worstelt met de vraag: Waarom? Waarom luistert God niet naar mij? Waarom doet Hij niets?

Job is een rechtvaardige en onberispelijke man, die God dient zonder eigenbelang (1:8). Het lijden dat hem overkomt, aanvaardt hij lijdzaam en in tegenstelling tot zijn vrouw legt hij zijn situatie gelovig in de hand van God (2:10).

Het boek begint met een discussie in de hemel tussen God en satan. Daarna volgen er drie series van discussie tussen Job en zijn vrienden. Zijn vrienden beweren dat het lijden van Job veroorzaakt moet zijn door een zonde. In de loop van deze gesprekken verandert de gelovige gelaten houding van Job. Eerst beschuldigt hij zijn vrienden dat ze hem oordelen en daarna beschuldigt hij ook God. Hij heeft drie fundamentele klachten. 1. God hoort mij niet (13:3,24; 19:7; 23:3-5; 30:20). 2. God straft mij (6:4; 7:20; 9:17). 3. God staat toe dat de goddelozen voorspoed hebben (21:7). Ook vandaag hoor je vaak dezelfde vragen. Waarom luistert God niet naar mij? Waarom doet God niets?
Hoe liep het af met Job? En wat is het antwoord dat hij van God krijgt?

Er is een strijd tussen God en satan

In de eerste twee hoofdstukken die alleen de lezer kent is satan actief: hij brengt allerlei rampen in het leven van Job. In de volgende hoofdstukken in de discussies tussen Job en zijn vrienden wordt het lijden van Job aan God toegeschreven. Er wordt ons als lezers dus iets geopenbaard, wat Job en zijn vrienden nog niet weten. En dat is dat God wel toestemming gegeven heeft, maar dat satan de veroorzaker is van het leed.
Het boek Job maakt duidelijk dat er meer aan de hand is dan wij mensen weten. Achter de schermen, in de hemelse gewesten, is een strijd gaande en wij weten daar nauwelijks iets van. De vrienden van Job menen de verklaring bij de hand te hebben, maar Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.
Het boek Job geeft inzicht in de macht van het kwaad. God in de hemel is echter in staat met dit kwaad af te rekenen. Hier schemert als iets door van wat later in het boek Openbaring duidelijk naar voren komt: de grote draak, de oude slang, die genaamd wordt duivel en satan, wordt op aarde geworpen en nog weer later in de poel van vuur en zwavel (Op.12:9; 20:10). God rekent af met het kwaad, ook het kwaad dat Job overkomen is.

Wie of wat wordt eigenlijk getest?

In de meeste preken en literatuur over het boek Job wordt gesteld dat het lijden van Job gezien moet worden als een beproeving, als een test. Maar wat is eigenlijk het grote thema van het boek Job? Wie of wat wordt hier getest? Is dat 1. Job die onschuldig lijdt? Of is dat
2. het vergeldingsprincipe, dat God zonde straft en rechtvaardigheid beloont? Of is het
3. De vraag of God eerlijk en rechtvaardig is in zijn oordeel en besturing van het leven van Job? Is God rechtvaardig in de manier waarop Hij met mensen omgaat?

Het thema in het boek Job kun je voorstellen als een driehoek met drie onderwerpen, die voortdurend meespelen[1]:
1. Het rechtvaardige bestuur van God, 2. De rechtvaardigheid en goedheid van Job en 3. Het vergeldingsprincipe. Wie rechtvaardig is wordt beloond, wie zonde doet wordt gestraft.

Het vergeldingsprincipe

De vrienden van Job verdedigen het vergeldingsprincipe. Dat wil zeggen een bepaalde vorm ervan. De Bijbel leert zeker goddelijke vergelding. De rechtvaardige wordt gezegend, de zondaar ontvangt ongeluk en leed (bv. in Psalm 1).
Maar de vrienden van Job trekken hier de verkeerde conclusie uit. Ze draaien het Bijbelse principe om en zeggen: hij die voorspoed ondervindt is een rechtvaardige en hij die op een bijzondere manier lijdt of ziek is, heeft gezondigd.

De vrienden Elifaz, Bildad en Sofar verdedigen alle drie het vergeldingsprincipe, maar de redenen die zij aanvoeren verschillen. Elifaz is een mysticus en spiritualist en spreekt vanuit zijn eigen geestelijke ervaringen (4:8, 12-16; 5:3). Bildad is een traditionalist (8:8), die zich voornamelijk baseert op wat hem is overgeleverd, wat hem is verteld. Sofar is een rationalist, die vanuit verstand en logica argumenteert.

Maar belangrijker is dat zij alle drie handlangers zijn van de aanklager, van satan! Als Job op hun ideeën zou ingaan, dan zou de satan in zijn aanklacht gelijk krijgen. Dan zou blijken dat Gods wijze van omgang met de mens verkeerd zou zijn, zoals de satan beweert. Satan stelde dat Job alleen maar rechtvaardig leeft omdat hij materieel gezegend wordt (1:9-10).

De rechtvaardigheid van Job

Het tweede thema over de rechtvaardigheid van Job, wordt door hem zelf aangehangen en verdedigd.

Hij houdt vol dat hij geen bewuste zonden heeft gedaan. Job kan het vergeldingsprincipe niet ontkennen. Zo wordt hij er tijdens de discussie met zijn vrienden toe gebracht om met aanklachten tegen God zelf te komen. Hij zegt dat God hem leed aandoet [ (19:6; 24:12). En hij wil God ook niet verdedigen, maar vraagt  een antwoord. En dat is precies waarin Job later door God wordt gecorrigeerd (40:8).

Elihu verdedigt een rechtvaardig bestuur van God

Elihu is de vierde en jongste vriend en hij onderscheidt zich van de eerste drie vrienden.
Hij verdedigt een rechtvaardig en eerlijk bestuur van God. Hij past het vergeldingsprincipe iets aan, of beter gezegd hij maakt het wat breder. Zijn betoog komt erop neer dat een mens niet alleen lijdt door zonden die hij heeft gedaan, maar ook om tot besef te komen van zonden die hij misschien in de toekomst gaat doen of kan doen.
Dat is namelijk bij Job het geval. Job is door de gesprekken met de eerste drie vrienden steeds meer zijn eigen gerechtigheid gaan benadrukken. Hij is rechtvaardig en God niet. Hier legt Elihu terecht de vinger op. Dit is de zonde waarin Job is gevallen (34:35-37). Elihu verdedigt dus Gods eerlijke en rechtvaardige leiding in het leven van Job. Maar ook hij blijft Jobs lijden verbinden met zonde.

Als de lezer bij dit gedeelte in het boek is aangekomen is de conclusie: De driehoek met drie punten is te eenvoudig en te beperkt. God wijst de driehoek af als niet geschikt. Tot slot worden in de toespraken van God zelf de echte en goede antwoorden gegeven. Daar horen we een heel andere benadering.  Wij mensen moeten niet focussen op Gods rechtvaardig bestuur, maar op zijn wijsheid. En die boodschap vinden we het meest duidelijk uiteengezet in hoofdstuk 28.

Gods wijsheid als antwoord op alle vragen (Job 28)

Hier is de schrijver van het boek zelf aan het woord, wat ook het geval is in hoofdstuk 1-2 en het slot 42:7-17[2]. Hoofdstuk 28 is een scharnierpunt in het boek. De wijsheid van de vrienden bestaat hierin dat zij denken dat wat er in een mensenleven gebeurt een uitwerking is van Gods rechtvaardige vergelding. In hoofdstuk 28 verandert dit. Er komt hier een ander perspectief. Van een zoektocht naar Gods rechtvaardige vergelding gaat het vanaf nu over een zoektocht naar Gods wijsheid.

Niet het nadenken en zoeken naar Gods rechtvaardige leiding, maar het nadenken over Gods wijsheid, die alle menselijk verstand overtreft, is het antwoord. Om Gods oordeel en Zijn bestuur te kunnen beoordelen, moet je alles weten, moet je beschikken over alle feiten. En dat doen wij mensen niet! Helemaal niet!!
Hoe krijg je Goddelijke wijsheid? Terwijl de vrienden hoofdzakelijk over God spraken, zoekt Job het gesprek met God. Hij spreekt Hem direct aan. Dat is het grote verschil tussen Job en alle anderen.

Met menselijke wijsheid kun je niet doorgronden wat de oorzaak van allerlei gebeurtenissen in ons leven is. Onze kennis is hiervoor te gering. Goddelijke wijsheid is nodig. En van die Goddelijke wijsheid kunnen wij iets proeven wanneer we een relatie met God hebben. Daarom is de ontmoeting met God voor Job van grote betekenis. Die ontmoeting brengt hem tot inzicht (Job 42:1-6). Job krijgt geen antwoord op de oorzaak van zijn lijden. Ook wordt zijn onschuld niet bevestigd. En ook beantwoordt God niet de vraag naar de relatie tussen zonde en ziekte.
Alle vragen stoppen als Job onder de indruk komt van Gods wijsheid. Wanneer wij ons overgeven aan Gods wijsheid en zijn leiding, dan komt ook ons leven tot rust.

Wat is de kern van Gods wijsheid

‘Hij zegt tegen de mens: “Wijsheid? Wijsheid is: de Heer vrezen, het kwaad vermijden.” ’ (28:28).
We zien dat de wijsheid van God twee aspecten omvat. Ten eerste is de wijsheid een instelling, een gezindheid, een drijfveer, namelijk eerbied voor God hebben.[3]  De Heer vrezen, ontzag voor God hebben. Waar leef je voor? Wat is het grote doel in je leven?
God vrezen in plaats van bang zijn of je zelf wel genoeg aan je trekken komt. Wordt de Here God door mijn leven geëerd zoals Hij graag wil? Wijsheid in de ogen van God is dus: Hem de eerste plaats geven, Hem liefhebben boven alles. Wijsheid is primair een gezindheid, niet meer en niet minder.
Ten tweede is de wijsheid ook een leefwijze: ‘het kwaad vermijden’. Het kwade mijden in plaats van voortdurend compromissen bedenken. Compromissen tussen wat je zelf wilt en wat God wil. Dat loopt nooit goed af. Het gaat in het geloof niet in de eerste plaats om wat  je gelooft, om je geloofsbelijdenis of je bijbelkennis. Het gaat Hem erom hoe je leeft vanuit je geloof, om de geloofspraktijk. ‘Wie mijn woorden hoort en ze doet …’ zegt Jezus (Mat.7:24). Het gaat erom dat wij in onze leefwijze op Jezus Christus lijken. Wijsheid wordt niet zichtbaar in je kennis, maar in je levenswijze.

Jezus Christus in het boek Job

Wijsheid wordt in Job 28 beschreven als een zelfstandige grootheid. De wijsheid is niet gelijk aan God en ook niet gelijk aan alle andere scheppingswerken.[4]
We lezen in Job 28 drie belangrijke kenmerken van de wijsheid. 1. De verborgenheid van de wijsheid (vs. 13,21). Niemand kan haar vinden. 2. De wijsheid wordt alleen door God gevonden of gekend. (vs.23) 3. De wijsheid is betrokken bij de schepping van de wereld. (vs.25-27) Het in details moeilijk te begrijpen laatste vers 27 zegt in ieder geval dat God de wijsheid bij de schepping van de wereld gebruikte[5].
Het Nieuwe Testament leert ons dat de wijsheid van God een persoon is: Jezus Christus. Hij was volledig verborgen voor de mensen. Hij werd alleen door God gekend. Hij was het door wie God de wereld heeft geschapen. De wijsheid van God is een persoon.

Paulus zegt: ‘Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, Gods kracht en Gods wijsheid’ (1Kor.1:23-24).

Job als type van Jezus Christus

Niet alleen in de wijsheid van het boek Job ontmoeten we Jezus Christus, maar ook in de persoon van Job zelf. We zien in de persoon van Job een schaduw of type van Christus. Bij deze typologie moeten we wel direct opmerken dat er ook een belangrijk verschil is. Jobs lijden was wel onschuldig, maar had geen verzoenende betekenis. Het leven van Job wijst evenals bijvoorbeeld het leven van Jozef vooruit naar Jezus.

  • Job spreekt meerdere keren over zijn door God verlaten zijn.
  • Evenals Jezus lijdt Job als een onschuldige.
  • Evenals Jezus bidt Job voor zijn vijandige vrienden (42:8).
  • Na zijn vernedering wordt Job evenals Jezus door God verhoogd.

Zowel de persoon van Job als de centrale rol van de wijsheid van God wijzen vooruit naar de komst van de Messias Jezus naar de aarde.

Job werd in het einde weer helemaal gezond en hij kreeg al zijn bezittingen tweevoudig terug (42:10). Zo zal het ook gebeuren met een ieder van ons die het geloofsvertrouwen van Job heeft. Wat je ook verliest in je leven, hoe rampzalig je leven ook verloopt, wie zijn vertrouwen vestigt op Jezus Christus zal alles terug ontvangen en niet tweevoudig, maar honderdvoudig!

Want Jezus heeft gezegd:
‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van mij en het evangelie, zal het honderdvoudige ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven.” (Mar.10:29-30)

Noten

[1] John H. Walton, Job. The NIV Application Commentary (Zondervan: Grand Rapids, 2012) 43-44.

[2] Ik volg hier Walton, a.w., 29-31.

[3] In de wijsheidsliteratuur komt steeds weer terug hoe belangrijk het is om God te dienen. In het boek Spreuken klinkt steeds weer de typische uitdrukking ‘de vreze des HEREN’ (Spr.1:7,29; 2:5, enz.). Hetzelfde thema vinden we in Job: Job1:1,8; 2:3; 4:6; 28:28; 37:24.

[4] G. von Rad, Weisheit in Israel (Neukirchen-Vluyn, 1970) 192-193.

[5] M.J. Paul, G. van den Brink, J.C. Bette, red., Bijbelcommentaar Ezra – Job (SBOT 6, Veenendaal  2009) 635.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *