Ontstaansreden leefgemeenschappen

 

De Heilige Geest

De eerste reden van ontstaan is de bijzondere werking van de Heilige Geest in de christelijke gemeente, die leidt tot geloofsvernieuwing. We noemen dit verschijnsel `opwekking'. Dit is begonnen met de uitstorting van de Geest op het Pinksterfeest in Jeruzalem, 53 dagen na de kruisiging van Christus.

Hiermee werd de eerste vernieuwingsbeweging in de kerk een feit. Lucas meldt hierover in het boek Handelingen:
En allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden; (Handelingen 2:44-45)

Dit heeft zich in de 20 eeuwen daarna tig-tal keren herhaald in allerlei klooster- en hervormingsbewegingen. Vervolgens zijn er meer directe ontstaansredenen.

 

Accent op de kleine kring

De eerste is het benadrukken van de kleine kring, dit als antwoord op de enorme ontkerkelijking, die sinds de jaren 60 onze landen overspoelt.
Laten we dit illustreren aan de hand van een paar uitspraken van vooraanstaande kerkleiders in Nederland.

De gereformeerde hoogleraar K.A. Schippers:
"Een nieuwe opzet van de kerkstructuur is niet alleen noodzakelijk om het proces van ontkerkelijking te stoppen, maar ook opdat de plaatselijke kerk in de toekomst financieel de eindjes aan elkaar kan blijven knopen. Ook het huidige formaat kerk gebouwen, symbool van de oude structuur, heeft zijn tijd gehad. Het is niet zo dat ik zeg: gaat heen en verkoopt al uw kerkgebouwen. Maar het kan ook in de huiskamer. (Trouw 9-4-1990)

De hervormde hoogleraar G.D.J. Dingemans: "In de volgende eeuw wordt de kerk van onderop georganiseerd. De gemeente geeft heel dicht bij de mensen gestalte aan het Evangelie. Voor allerlei bureaucratie is dan geen geld meer beschikbaar. Ik denk dat we heel dicht bij de eerste christenen moeten gaan zitten. De kerk zal processen van schaalverkleining in gang moeten zetten". (Trouw 28-9-1990)

 

Het 19e eeuws zendingsgenootschap

Dan is er nog een derde ontstaansreden, die tevens verklaart waarom de evangelische gemeenschappen intentionele leefgemeenschappen zijn, waarbij het samenwonen niet alleen doel is, maar ook middel, m.a.w. woongemeenschappen met een doel dat uitgaat boven het samenwonen zelf.

De evangelische wereld kent vele parakerkelijke organisaties. Dit behoeft enige uitleg, want de parakerkelijke organisatie is geen synoniem van de christelijke organisatie in het algemeen. Het is een specifiek type christelijk instituut, dat is ontstaan uit het 19e eeuwse interkerkelijk zendingsgenootschap, dat onafhankelijk was van enige denominatie.

De periode van het `zendingsgenootschap' wordt ingeluid door de Engelse schoenmaker en baptistenpredikant William Carey. Hij is de pionier van de nieuwe zendingsbeweging. Deze opleving valt samen met opwekkingen en oplevingen buiten de gevestigde kerken, die het begin van de 19e eeuw kenmerken. De kerkhistoricus Bakhuizen van den Brink concludeert dan ook dat `de zending in de 19e eeuw een overwegend genootschappelijk karakter heeft' en dat het `kenmerkend is voor de Europese organisaties gedurende de gehele 19e eeuw en tot diep in de 20e eeuw, dat zij van particuliere en niet van formeel kerkelijke oorsprong zijn'.

Met name na WOII gingen deze genootschappen zich meer en meer ook op andere gebieden in eigen land toeleggen, zoals vorming, hulpverlening, vernieuwing en diaconaat. Nu gaf het zendingsgenootschap vanaf het begin veel aandacht aan het gemeenschapsleven. Zendelingen woonden en werkten samen vanuit de zendingspost.

Zo'n zendingspost was niet alleen een woon-werk-gemeenschap, maar een levensgemeenschap. Dit idee nu leeft nog steeds sterk bij de huidige evangelische organisaties: niet alleen een werkgemeenschap zijn, maar samen staan voor één zaak.
De meeste evangelische leefgemeenschappen zijn ontstaan rondom een bepaald werkproject. Het zijn dan ook intentionele leefgemeenschappen, die een doelstelling huldigen, die het samenwonen zelf overstijgt. En het doel is altijd het dienen van Jezus Christus en de naaste, maar wel op het specifieke terrein, waarop men zich geroepen weet.

Drs Gijs van den Brink