De dood is abnormaal!

18-02-2009

Theistische evolutionisten als Cees Dekker en Renee Fransen proberen aan te tonen dat in de bijbel de dood niet perse gerelateerd is aan de zonde. Een weerwoord van Gijs van den Brink.

 

Er zou namelijk al sprake zijn van sterfelijkheid en dood in het paradijs. Dat de dood er was ten tijde van het paradijs zou mij niet verbazen, want het paradijs was een hof die maar een klein deel van de grote wereld in beslag nam. En de duivel verscheen er notabene in de figuur van de slang. De zonde, het kwaad en de dood waren er dus beslist vóór Adam. Dat is niet het punt van discussie. Waar het om gaat is dat gesteld wordt dat de vergankelijkheid door God gewild is. De kern van de discussie is of dood en vergankelijkheid normaal zijn en bij de goede schepping horen of dat dood en verderf abnormaal zijn en niet door God gewild en bedoeld zijn. Dat God de dood wil kun je toch wat betreft Adam niet volhouden als we horen dat God de ‘boom des levens' midden in de tuin plaatst?

En vervolgens wordt gepoogd aannemelijk te maken dat Paulus het kosmische drama waarover hij spreekt in Rom.8, het zuchten van de schepping onder haar barensweeën, aan de goede schepping van God toeschrijft. Ik ben op de hoogte van de suggestie van Berkhof (in Christelijk Geloof) in deze richting, maar hij meldt wel eerlijk dat vele exegeten zijn visie niet ondersteunen. En dat is zacht uitgedrukt. Mij is geen zichzelf respecterende exegeet in de 20e eeuw bekend die denkt dat Paulus hier de vruchteloosheid en nutteloosheid (mataiotes, vs.20) waaraan de schepping onderworpen is aan de goede schepping van God toeschrijft. Paulus zou deze scheppingsdaad van God dan met dezelfde woorden beschrijven als het denken van de heidenen, van wie de overleggingen op niets zijn uitgelopen (Rom.1:21; Ef.4:17 ‘loze denkbeelden', NBV; waanwijsheid, WV95; dwaze ideeën, GNB) of het spreken van de dwaalleraars! (2Pet.2:18;  loos gebral, NBV; holle grootspraak, WV95; dwaze taal, GNB). James Dunn in zijn tweedelige commentaar op de brief omschrijft mataiotes hier als de zinloosheid van een object dat niet functioneert waarvoor het gemaakt was.

Dus noch de theologie van Paulus, noch de exegeten, noch het woordgebruik wijst maar in de verste verte op wat mensen als H.J. Bruins en R. Fransen (Gevormd uit sterrenstof, februari 2009) hier willen lezen. Alles wijst erop dat Paulus het kosmische drama toeschrijft aan de vloek die over de schepping ligt. Wie van de apostelen heeft de consequenties van de erf- of oerzonde dieper gepeild dan deze Paulus?! Te zeggen dat dood en verderf bij de goede schepping van God horen, omdat er al dood in het paradijs was, is voor mij even dwaas als te zeggen dat de duivel bij de goede schepping van God hoort, omdat hij er al was in het paradijs.

De grote discussie gaat niet over schepping of evolutie. Ik vrees dat beide alleen met grote terughoudendheid en bij benadering wetenschappelijk aannemelijk zijn te maken. Het meningsverschil tussen voor- en tegenstanders van evolutie is ook niet een strijd tussen geloof en wetenschap. Wanneer God zowel de wereld heeft geschapen als ook in de Schrift tot ons heeft gesproken, dan kan er hier geen tegenspraak zijn.

Het grote geschil betreft wat er in onze werkelijkheid van de goede schepping nog te zien is. De ene wetenschapper houdt geen rekening met een breuk en stelt dat de kosmos zoals wij die nu kennen de normale is. De andere wetenschapper, die de kosmos beoordeelt vanuit de openbaring in de Bijbel, stelt dat de wereld waarvan wij een onderdeel zijn, abnormaal is, bedorven is. Er is geen sprake van het ontkennen van ontstaansprocessen die aangetoond kunnen worden.  Maar wie of wat is de oorzaak ervan. In deze uitgangspunten staan normalisten en abnormalisten (term van Kuyper) lijnrecht tegenover elkaar. En die twee komen nooit tot elkaar, mogen en kunnen nooit tot elkaar komen. Pas als Christus terugkomt, alle zonde en kwaad wordt geëlimineerd uit alle vezels van de bestaande kosmos, zal de herschepping volmaakt zal zijn en zal de hele kosmos door nog maar één uitgangspunt en één macht bepaald worden, de heilswil van de goede Schepper.

Drs Gijs van den Brink 

Terug naar het nieuwsoverzicht